zaterdag 10 augustus 2013

Eric Stenbock, Estland (1860-1895)



Eric Stenbock (Graaf van Bogesund en Erfgenaam van een landgoed nabij Kolga) werd geboren op 12 maart 1860 in het Baltische deel van toenmalig Duitsland. Stenbock's vader stierf plotseling toen Eric slechts één jaar oud was. Zijn bezittingen werden beheerd door zijn grootvader Magnus Stenbock. Kort daarna stierf de grootvader aan moederskant die katoenfabrikant was, waardoor Eric nog meer gelden in vooruitzicht werden gesteld.

Stenbock studeerde aan het Balliol College te Oxford, maar zou zijn studies nooit afronden. Tijdens zijn verblijf in oxford, werd hij (op meerdere vlakken) sterk beïnvloed door kunstenaar en illustrator Simeon Solomon. Daarnaast werd er ook wel beweerd dat hij een relatie had met componist en dirigent Norman O'Neill en met enkele andere heerschappen.

In Oxford bekeerde hij zich ook tot het Rooms-katholicisme, waarbij hij de naam Stanislaus aannam. Naar eigen zeggen zou hij in deze periode elke week een ander geloof geprobeerd te hebben, zodat hij aan het einde van zijn leven een gecombineerd geloof had ontwikkeld dat bestond uit elementen uit het Katholicisme, het Boeddhisme en de Idolatrie.

In 1885 overleed Magnus Stenbock, waardoor Eric de titel van Graaf kreeg en het beheer van veel familie-bezittingen in Estland. Eric reisde naar Kolga en verbleef aldaar zo'n anderhalf jaar om in de zomer van 1887 weer terug te keren naar Engeland, Tegen deze tijd reeds worstelend met een alcohol en drugsverslaving.

Stenbock gedroeg zich uiterst excentriek. Hij hield slangen, hagedissen, salamanders & padden in zijn kamer, terwijl zijn tuin aardig op een diergaarde begon te lijken met onder andere een rendier, een vos en een beer. Wanneer hij reisde, had hij vaak een aap of levensgrootte pop bij zich, die hij aansprak als de kleine graaf en voorstelde als zijnde zijn zoon.

Stenbock leefde grotendeels in Engeland en schreef zijn werk dan ook in het Engels. Gedurende zijn leven publiceerde hij een drietal poeziebundels en een verzameling korte verhalen die onder andere positief besproken werd door H.P.Lovecraft.

Tegen 1895 was hij zwaar verslaafd aan opium en alcohol en keerde terug naar Brighton, waar zijn moeder leefde en waar hij zijn tijd grotendeels inhuizig doorbracht met de gordijnen gesloten en kaarsjes brandend voor Buddha & de dichter Shelley. Hij stierf op 26 april 1895 gedurende een dronken argument met zijn stiefvader. Stenbock stond met een pook te zwaaien, viel om in de open haard en stond niet meer op. (bron:wikipedia)

Sonnet VIII

Oh - and the darkness grew intolerable,
And as I looked down the long, low corridor
I felt another horror, unfelt before.
There was no light there -- but may-be the flames of Hell

Cast shadows darker than darkness -- palpable --
It did not walk, yet crept not on the floor,
And my soul froze within me to the core.
It touched me and It spoke -- how It spoke I cannot tell.

Yea, and it spoke to me thus mockingly
 
"Resist me not, with me there is no strife,
Dids't thou not call upon me, I am come
To be the Guardian Angel of thine home,
To be a light to lighten all thy life
Henceforth we will dwell together, thou and I."

Geen opmerkingen: